Het jaar 2009 kenmerkt zich door het teruggrijpen naar de jaren 80, met een nadruk op new wave en synthpop. Parallel hieraan profileert het Nederlandse label Narrominded, waarop vrijwel alles gratis gedownload maar ook gekocht kan worden, zich steeds meer als constante leverancier van kwaliteitsmuziek. Ze besluiten vorig jaar met de mini Here Is The Night van Hunter Complex, het nieuwe project van Lars Meijer, één van de oprichters van het Narrominded label en tevens actief als en in de formaties Larz, Living Ornament, Psychon en Psychon Troopers. Hierop komen beide zaken mooi samen, want ook Lars grijpt terug naar die periode, overigens met het vizier stevig gericht op de toekomst. Het is een opwarmer voor zijn dit jaar te verschijnen volledige album. Lang wachten is het niet, want zijn gelijknamige album ziet nu al het licht. We hebben met deze strenge winter natuurlijk ook meer dan een opwarmertje nodig. Vanaf de eerste tonen is het gelukkig een hartverwarmende grog, hoewel je door de nostalgische klanken ook dikwijls kippenvel krijgt. Lars maakt melancholische synthpop met wave invloeden van de bovenste plank, waarbij de helden van weleer een mooie blauwdruk vormen voor zijn overwegend warme elektronische geluid. Hij zingt ook op sterke wijze met een onderkoeld en tegelijkertijd zwoele stem. Wat dat betreft moet je meteen denken aan Edvard Graham Lewis. De muziek rakelt een hoop mooie herinneringen op, maar geen seconde heb je gevoel dat je naar een product luistert dat ver over de datum is. Sterker nog, het is eerder een modern eerbetoon aan het verleden. En zelfs al zou je het gedateerd vinden, dan nog zit het sterk in elkaar en is het uiterst genietbaar. Dit soort laidback muziek met kristalheldere elektronische geluiden en smakelijke beats wordt al veel te lang niet meer gemaakt. Het is als blij of wellicht weemoedig worden van het horen van de begintune en het zien van series als Mash, Miami Vice, Cheers en The A-Team maar dan op je hypermoderne hdtv, zoiets. Nostalgisch terugblikken, maar dan op een manier die helemaal van nu is. New Order, Brian Eno, Cabaret Voltaire, He Said, Depeche Mode en OMD hebben allen een schitterende plek in zijn muziek gekregen. Lars laat horen dat hij naast zijn lo-fi, experimentele en ambientprojecten ook op dit gebied goed uit de voeten kan. Zeer warm aanbevolen!
Oké, het Britse Leaf label is zo langzamerhand geswitcht van elektronische naar folk gerelateerde muziek. Maar met het Deense quintet Oh No Ono, die de titel van eerste belanghebbende Deense popband van het jaar net wegkaapt voor de neus van Efterklang, lijkt het label soms zelfs terug te keren de oorsprong ofwel naar de jaren 60 en 70. Daar waar de oerknal van folk met experimenten, psychedelica en kamermuziek plaatsvindt, lijkt de bron van het geluid van de band te vormen getuige de muziek op hun tweede cd Eggs. Dat wil niet zeggen dat ze het geluid van toen weer reproduceren, maar het vormt dikwijls de blauwdruk voor hun bijzondere muziek. Aske Zidore (gitaar, zang), Malthe Fischer (zang, gitaar), Nis Svoldgaard (bas, zang), Nicolai Koch (keyboards) en Kristoffer Rom (drums) maken namelijk een ontwapende en zeer originele mix van folk, pop, elektro, klassiek en psychedelica die soms stemmig is en op andere momenten weer als een raket wegschiet. Daarbij is de zang vaak geknepen, hoewel er ook regelmatig fraai samenzang te vinden is. Ze weten te knallen en glitteren als E.L.O., inclusief de bijbehorende orkestraties. Verder bezitten ze liedjeskracht van de Beatles en Syd Barrett, de folk ideeën van T-Rex, het minimalisme van Philip Glass, de retro-pop van The Last Shadow Puppets en de geniale gestoordheid van de Cardiacs. Tel daar vervolgens nog het mysterieuze geluid van Efterklang bij op. Al deze ingrediënten worden in gevarieerde combinaties opgediend en vormen een ongekend, dikwijls sensationeel geluid. Het is een knappe prestatie te noemen dat ze zo’n uniek geluid aan de dag weten te leggen, dat bovendien weet te betoveren met zowel bloedmooie als doorwrochten muziek.
De Belgische muzikant Dieter Sermeus die er ook de band Orange Black op na houdt, vindt gelukkig ook nog tijd om zijn andere band The Go Find van nieuw materiaal te voorzien. De vruchten daarvan kunnen nu geplukt worden op het derde album Everybody Knows It's Gonna Happen Only Not Tonight, waar ze net als op de vorige cd opereren als een heuse band. Hierop vind je misschien wel de beste muziek van de band tot nu toe. De atmosfeer is uiterst melancholisch en de songs zijn authentieker dan voorheen. Geen referenties meer die het geluid bepalen, maar enkel muziek die de kracht van hun eigen kunnen onderstreept. De muziek bestaat hoofdzakelijk uit zachtaardige elektropop die gespekt wordt met wave, postrock en indierock. Welke weg Dieter ook inslaat, de melancholische sfeer die als een zomerbries door het album waait vormt de rode draad. Met zijn prettige croonerstem kan hij je overigens over welke barrière dan ook helpen. Niet dat dit albums veel hobbels kent, want daarvoor is het meer gladgestreken dan ooit. Daarin schuilt het gevaar dat het allemaal wat eenvormig en saai kan worden, maar Sermeus is een vakman en smeedt de franje er in zijn songs op subtiele wijze aan. Hiermee zorgt hij ervoor dat de aandacht in zijn nachtelijke creaties geen moment verslapt. The Notwist, Pinback, The Flaming Lips, Gravenhurst en The Postal Service zijn wat minder aan te wijzen als referentie, maar ze vissen wel in een gemeenschappelijke vijver. The Go Find begint een degelijk handelsmerk te worden voor innemende en verstild mooie muziek. Enige groeipunt kan zijn dat ze ook eens uit de bocht vliegen. Sterk album!
Ruim anderhalf jaar geleden komen zowel Quitzow als Setting Sun tegelijk met een nieuwe release. En ondanks mijn poging recensies gescheiden te houden, is dat hier door uitwisseling van bandleden en het samen runnen van het Young Love label zinloos. Nu komen ze weer allebei met een nieuwe release, dus laat ik geen poging wagen. Van beide bands is ook een gratis epee te downloaden, zie onderaan de recensie voor details. Erica Quitzow, die schuilgaat achter Quitzow, is naast Setting Sun ook nog terug te vinden als violiste in de Woodstock Chamber Orchestra en heeft eveneens samengewerkt met uiteenlopende artiesten. Na haar titelloze debuut en Art College brengt Erica Quitzow haar derde album Juice Water uit. En de muziek is al net zo sappig en spetterend als de titel. Met instrumenten als moog, rhodes, casio, percussie-instrumenten, bas, gitaar, cello en viool maakt ze onstuimige, opzwepende songs met een pakkende, vette beat en meeslepende zang. Doordat ze die elektronica lardeert met allerhande instrumenten krijg je een heel bijzondere mix aan stijlen. Ze heeft een duidelijk “recht in je gezicht”-aanpak en weet daarmee een lekker onconventioneel en gevarieerd geluid aan de dag te leggen. Het plezier en de speelsheid spat er vanaf, terwijl ze ook genoeg melancholie door haar songs mengt om het niet lichtvoetig te maken. Elektro-pop-klassiek-noise-dance of iets dergelijks. Je kunt er niet simpel de duim op leggen, maar wie maalt daarom? Gary Levitt (Setting Sun) speelt wederom diverse gastrollen op dit smakelijke album. Je komt dan ergens uit tussen Peaches, Solex, Quasi, Vive La Fête, CSS, Lisa Germano, Alaska In Winter, Prince, Cibo Matto en Lady Gaga. Het is een weldadig bubbelbad, waar voor vele mensen wat te halen valt. Uitdagend plaatje! Gary Levitt gaat met zijn Setting Sun veel rustiger te werk. Hij heeft zich in de loop der jaren ontpopt als begenadigd singer-songwriter en combineert dat het liefst met Americana, pop, post-rock, folk en neoklassiek. Dat is op zijn vierde Fantasurreal niet anders. Hij weet er alleen nog meer een consistent en verrassend geheel van te maken. Het is ook zijn meest spontane album tot nu toe, wat wellicht te maken heeft met het feit dat hij alles zo uit zijn mouw heeft kunnen schudden. De songs weten je meteen te grijpen en nemen je mee op een luchtige, maar diepgaande en uiterst aangename trip. Naast Erica (zang, viool, cello, bas) zijn het nog 7 andere muzikanten die Gary helpen met zang, drums, trompet en bas. Regelmatig worden de frisse en tegelijk melancholische liedjes even naar een bijzonder niveau getild waardoor je vele magische momenten krijgt. Dat kan hem zitten in een omschakeling, een toevoeging van een strijkinstrument of een omslag in de stemming, maar steeds komt hij met eigenzinnige en inventieve ingevingen. Hij nestelt zich qua geluid in het midden van Lambchop, Calla, David Bowie, Cakekitchen, Get Well Soon, Ellioth Smith, The Magic Numbers en Sufjan Stevens. Daarmee bewijst hij zijn unieke, fantasierijke klasse maar eens te meer.
Het jonge, Berlijnse label Souterrain Transmissions begint zo langzamerhand uit te groeien tot eentje die je goed in de gaten moet houden. Na de uitstekende albums van Ramona Falls en Laura Gibson is het nu de beurt aan Musée Mécanique uit Portland. Ze hebben zich vernoemd naar het Mechanical Museum uit San Francisco. De band heeft eerder al van zich laten horen als gast bij The Portland Cello Project. Nu hebben ze dan hun eigen album Hold This Ghost uitgebracht. Ze zeggen zich te laten inspireren door de regen in Portland. Niet dat ik die plaats ken, maar het album heeft inderdaad een bepaald weemoedig sfeertje waarbij ik me helemaal een regenachtige stad kan voorstellen. De kern van de groep wordt gevormd door Micah Rabwin en Sean Ogilvie (Tristeza), die zang, accordeons, zaag. pedal steel, klokkenspel, piano’s en synthesizers voor hun rekening nemen en aangevuld worden met Matt Berger (drums), Brian Perez (keyboard, lap steel) en Jeffery Boyd (bas). Dit wordt gecompleteerd met (geluiden van) strijkers en diverse blaasinstrumenten. De muziek houdt het midden tussen folk, singer-songwritermuziek, Americana, altcountry en alternatieve pop. Het klinkt allemaal lieflijk en wellicht lichtvoetig, maar dat is allemaal uiterlijke schijn. De muziek is namelijk behoorlijk zwaarmoedig en kent een enorme diepgang. Als sluipmoordenaars weten ze je vaak vanuit het niets te raken tot op het bot. Droefheid verheven tot muzikale kunst, die als continu vallende regendruppels op je schouder tikken. Een maalstroom van ontroerende, breekbare elementen. Het is een patchwork geworden van Espers, Nick Drake, Iron & Wine, Horse Feathers, Norfolk & Western en Sodastream. Delicaat-esse!
Nu er de laatste tijd veel oog of beter gezegd oor is voor verstilde drone-ambient duiken er steeds meer topartiesten in het genre op. Nu zijn er ook steeds meer labels die faciliteren in het uitbrengen van releases. De in Canada geboren, maar tegenwoordig vanuit New York opererende Kyle Bobby Dunn behoort zeker tot één van de grotere in het genre. Hij is wellicht nog niet zo bekend, ook al heeft hij op onder meer Kning Disk en Sedimental fraaie werken afgeleverd. Eén van die werken, te weten de download release Fervency, krijgt nu dankzij het prestigieuze ambient/drone/experimentele muzieklabel Low Point ten dele een fysieke heruitgave. Vier tracks daarvan zijn namelijk beland op de dubbel cd A Young Person’s Guide To Kyle Bobby Dunn. De cd’s zijn verder aangevuld met maar liefst 8, soms heel lange, composities uit dezelfde periode als de genoemde download. Hij werkt met gitaar, strijk- en blaasinstrumenten die veelal bespeeld worden door klassiek getrainde musici. Via de computer bewerkt Dunn deze vervolgens en creëert er zijn met drones gelardeerde ambientsoundcapes mee. Het geheel is door de inzet van klassieke instrumenten behoorlijk organisch, ook al zijn ze niet altijd te herkennen. De geluiden zijn diepgaand en emotioneel geladen. Je gaat helemaal op in zijn geschetste droomwereld. Het prikkelt het onderbewuste en is ideaal om bij te relativeren, relaxen, mijmeren en nadenken. Maar in de eerste plaats kan je ook gewoon genieten van deze verstilde pracht. En dan te beseffen dat Dunn pas 22 (bijna 23) jaar oud is. Zijn muziek houdt het midden tussen Celer, Seasons (pre-din), David Kristian, Machinefabriek, Richard Skelton, Stars Of The Lid en Leyland Kirby. Bloedmooi en biologerend werk (voor jong en oud).
Tenebrous Liar, ik val maar meteen met de deur in huis, is een gruizige rockband rond NME fotograaf, zanger en gitarist Steve Gullick, die ook in de band …Bender zit. Ze brengen hun platen doorgaans uit op het Britse label TV Records (Tenor Vossa), dat zich lijkt toe te leggen op de meer duistere kanten van het muziekspectrum. New wave of postrock zijn duidelijk favoriete genres. Bands als Moly, Scenic, Breathless, Layma, ...Bender en Tenebrous Liar zetten de koers uit voor dit label. De band is sinds hun vorige cd Last Stand uit 2008 afgeslankt van een 7- naar een 4-koppige formatie. Naast Steve zijn het Tony Ash (gitaar), Brendan Casey (bas, zang, orgel) en Tom Glendining (drums, zang) die op de nieuwe cd Jackknifed & Slaughtered acte de présence geven. Het geluid van de groep heeft onder deze afslanking niet bepaald te lijden gehad. Sterker nog, het rauwe, gruizige rockgeluid van ze weet meer dan ooit de kern te raken. Het zijn robuuste songs die ’s avonds laat in een rokerig café (als je die nog vinden kan) waarschijnlijk het best uit de verf komen. Ongepolijst, recht uit het hart, lekker getourmenteerd en vol passie. Ze bewegen zich daarmee ergens tussen Mark Lanegan, The Gun Club, Grinderman, Dinosaur Jr., Crime & The City Solution, Nirvana, The Dirty Three en iLiKETRAiNS. Verwacht overigens geen comfortabel rockplaatje, want daarvoor is het te grillig en spannend. Met hun trip ergens tussen hemel en hel, weten ze je te boeien tot de laatste seconde. Het is broeierig, intens, dynamisch en zonder opsmuk. Heel sterk!
Wie de band Low kent, kan zich nauwelijks voorstellen dat er ooit een hard geluid uit de leden zal komen. Gezien hun Mormoonse achtergrond, die ze als je de teksten goed beluisterd nog wel eens laten gelden (zonder dat het overigens echt storend wordt voor niet gelovigen), verwacht je vooral de rustige, breed uitgesponnen muziek van Low of wellicht meer sacrale muziek. Toch laat met name zanger/gitarist Alan Sparhawk zich nog wel eens van een andere kant zien. Neem bijvoorbeeld zijn blues-rock project Black-Eyed Snakes of zijn blues-dubband Los Besos. Een echte openbaring, excuus voor de woordkeuze, is toch wel zijn rockband Retribution Gospel Choir, waarmee hij onvervalste, stevige rock maakt. Dit doet hij samen met bassist Steve Garrington (Low) en drummer Eric Pollard. Ongeveer twee jaar na hun debuut komt het trio met het album 2 aanzetten. Hiermee kan het label van een “eenmalige uitspatting” ook meteen de prullenbak in verdwijnen. Het is bloedserieus wat de heren hier laten horen en zelfs harder dan hun debuut. Is dit de duistere kant van Sparhawk, zijn afreageerproject of iets dat hij er altijd naast heeft willen doen? Sinds 1994 draagt hij met Low toch fier het label “de traagst spelende en meest rustige band in rockland”. Ik vraag het me gewoon af, maar misschien moet ik het hier helemaal niet over hebben want dat doet afbraak aan de kwaliteit van Retribution Gospel Choir. En die is er zeker. Het klinkt qua zang met name door de karakteristieke stem van Sparhawk als een harde versie van Low, die net zo desperaat uit de hoek kan komen. Tel daar de sterke, stuwende drums, pompende baspartijen en uiterst venijnige gitaarpartijen bij op en je hebt een energieke band met beklijvende songs, die staat als een huis. Ook al duiken er elementen van Built To Spill, Crazy Horse, AC/DC en Black Sabbath op, het blijft toch wel typisch een Sparhawk product. En dat blijkt keer op keer een garantiemerk. Geniaal, bevlogen en moddervet.
Sinds zijn vertrek bij Kranky laat Bruce Adams op luide wijze van zich horen met zijn nieuwe label FSS (Flingco Sound System). Het merendeel is een stuk harder en meer experimenteel dan zijn vorige werkgever. Hij brengt vernietigende lp’s en digitale downloads uit van bands als Gore, Cristal, Haptic, Wrnlrd, Grief No Absolution en Interbellum. Muziek voor liefhebbers van een liefhebber. Om dat te onderstrepen maakt hij nu een gebaar met de 15 tracks tellende en meer dan anderhalf uur durende gratis compilatie They Don’t Know Unless You Tell Them. Het zijn allemaal exclusieve nummers. Naast de genoemde artiesten (op Gore na) vind je er ook bijdragen van Hells Hill, Buer, Hamsoken, No Anchor, Dead Meat, Caves, Never Presence Forever, Bleaks en Leyland Kirby (aka The Caretaker, V/vm labelbaas). Die laatste brengt hier zijn meest noisy track ten gehore. De rode draad verder is de pure, duistere en vaak overrompelende emotionele sound die je tot op het bot weet te raken. De muziek loopt uiteen van desolate ambient-noise tot splijtende noise en wave-noise, waarvan het merendeel door gitaren en elektronica tot stand is gekomen. De meeste tracks zijn instrumentaal, maar een aantal herbergen demonische, door de distortion gemangelde zang die als extra instrument opduikt. De nummers van No Anchor en Dead Meat komen nog het meest in de buurt van echte songs, zij het dat ze onder een dikke laag puin verscholen gaan. De artiesten zijn veelal onbekend, maar van ongekend hoog niveau. IJzersterke kennismaking en helemaal voor noppes.
Af en toe lijkt het of de tijd voor sommige mensen heeft stilgestaan of dat ze de tijd aan hen voorbij hebben laten gaan. Het is nu toch eigenlijk niet meer voor te stellen dat een band geen website dan wel blog heeft? Of dat muziek op cassetterecorders wordt opgenomen? Toch is Henk van de Biezen uit Landsmeer, ooit in The Hun en New Holland spelend, met zijn project Chicken Boutique één van de laatste der Mohikanen waar dat allemaal op van toepassing is. Ik heb in 1998 voor het eerst en in 2003 volgens mij voor het laatst over zijn muziek geschreven, positief welteverstaan. Henk weet namelijk altijd een uniek en boeiend geluid neer te zetten. Of er nadien nog iets is gebeurd weet ik niet. Wat ik wel weet is dat zijn nieuwe, in eigen beheer uitgebrachte cd Wavepool er één is die er mag wezen. Het is lo-fi pur sang afgewisseld met singer-songwritermuziek en leuke experimenten. De nummers eindigen heel overzichtelijk na 1,5 tot 2,5 minuut en weten daardoor te beklijven. Wederom maakt Henk er een uniek geheel van, zowel qua surrealistische sfeer als qua muziek. Als je het in de tijd zou moeten plaatsen zit je er vermoedelijk altijd naast; het is tijdloos en toch zeker niet van deze tijd. Futuristisch maar ook van lang geleden. Die spagaat zit er nu eenmaal in, maar dat maakt het ook zo interessant. Henk fabriceert alles met gitaar, keyboard en radio-samples en geeft daar een bijzondere draai aan. Je hoort een mengelmoes van Bob Dylan, Guided By Voices, Smog en Syd Barrett met een merkwaardig en eigenzinnig The Residents-sausje. Chicken Boutique blijft een prettige vreemde eend in de bijt met ongrijpbare, fascinerende muziek.
Voor contact/bestellen: Henk van de Biezen, Noordeinde 12a, 1121 AL Landsmeer. Telefoon: 020-4822729.