Ellen Allien – Boogybytes vol.4, Sool
Ellen Allien brengt wel vaker een album met nieuwe producties uit vlak voor of na een mixcd. Dat heeft zijn charme, je kan met de mixcd immers je kijk op techno van het nu geven en je eigen werk daar in het verlengde van plaatsen of juist opvallend van laten afwijken. Beide albums zijn in ieder geval het beste wat Allien sinds haar dubbele debuut Stadtkind/Flieg Mit Ellen Allien (2001) heeft laten horen. Haar Boogybytes is ingetogen minimal in de betere Villalobos en Melchior Productions traditie (beide heren komen dan ook langs in de mix) met wat geinige vocale uitstapjes (zie vooral het magnifieke ‘Eyes Forlon’ van Sozadams) die de mix van karakter voorzien. Nog beter is Sool, waarmee Allien eindelijk weer eens als producer haar focus hervindt en gewoon een zeer inventief house album aflevert. House als 24-uurs levensstijl lijkt hier in klanken te zijn gevangen. Het doet een beetje denken aan Herberts Around The House maar dan veel beter. De minimal pingponggeluiden worden ingebed in omgevingsgeluiden waarmee langlopende tracks vol spannende wendingen worden gebouwd zodat Sool zoiets wordt als een echte grotestadsplaat. Allien heeft waarschijnlijk haar eigen imperium zo strak onder controle dat niemand haar heeft durven zeggen dat het slappe droomliedje ‘Frieda’ de ban totaal doorbreekt. Maar dat is dan ook het enige schoonheidsfoutje.
Ivan Smagghe – Cocoricò 3
Voormalig Vet Geluid goeroe en coole baardmans Ivan Smagghe maakt zich ook weinig zorgen over de verzadiging van de mixcd markt gezien zijn zesde mixcd sinds 2002. Cocoricò 3 kan zich bijna meten met zijn beste (Fabric 23) maar mist net wat krakers om de mix echt memorabel te maken…op de korte termijn. Want dit is niet echt een mix die je meteen bij de lurven grijpt. Veel subtiele tracks die soms de ruimte krijgen om volledig uit te spelen zorgen voor een aparte robotcadans. Voor de fijnproevers.
Jennifer
Cardini – Feeling Strange
Een tijdje geleden rees het vermoeden dat de mixcd zijn langste tijd had gehad gezien het grote aantal livemixen die via blogs, online tijdschriften en DJ-databases worden aangeboden. Vooral de podcasts van Resident Advisor zijn de afgelopen jaren van zulke hoogstaande kwaliteit dat er nog weinig eer (als was het commercieel) mee leek te behalen. Voordat ik Feeling Strange daadwerkelijk had gehoord orakelde ik dat het album nooit dezelfde impact kon bezitten als Kompakt ijkpunten Immer (2002) en Today (2006). Die monumentale status zal Feeling Strange waarschijnlijk ontsnappen door de overdaad aan muziek waardoor het is omsingeld maar aan de muziek, de mix zelf zal het niet liggen. Feeling Strange is namelijk een fascinerend elegante mix die zich op slimme wijze weigert vast te pinnen aan genre of tijd. De sfeer van de mix wordt het beste samengevat met het door Cardini herontdekte ‘The Vineyard’ (Peter Ford remix) van Florence (Stefan Robbers in 1996) waarvan de fantastische stemsample “at night in the vineyard drinking a glass of wine.” Intiem, warm, sensueel. Kompakt weet weer te verrassen.
The Black
Dog – Radio Scarecrow
Intelligent Dance Music was altijd een nare genrenaam (iemand ooit horen antwoorden op de vraag: “naar welke muziek luister jij?” – “oh, IDM, man.”) Maar goed, we weten wel wat er mee wordt bedoeld, luistertechno, veel sfeer in de melodieën, een voorkeur voor de wat minder geijkte ritmes. Mmm, eigenlijk gewoon techno van de Derrick May school, verder uitgewerkt. Spanners uit 1995 van Black Dog is een van de mooiste platen uit die stroom en eerlijk gezegd heb ik nadat het trio uit elkaar viel in een deel The Black Dog en een deel Plaid nooit verwacht dat er iets weer in de buurt zou komen (daarom liet ik Black Dog platen daarna ongehoord aan mij voorbij gaan, Plaid ging mijn hart ook zelden sneller van kloppen.) Maar de eerste verkenners keerde juichend terug met nieuws van een creatieve wedergeboorte en zij bleken verrassend genoeg volkomen gelijk te hebben. Radio Scarecrow is hét. Grootste techno. Muziek die je niet hoeft te analyseren, die gewoon instinctief klopt. Alsof je uit een lange coma in betere tijden ontwaakt.
Belong –
Colorless Record
Heb je nog iets zonder beats? Ja, zelfs met gitaren! Belong weet ik niets over te vertellen. Ouderwetse 4 track E.P. met…shoegaze. Echte echte shoegaze, niet van die laptop shoegaze (alhoewel misschien hebben ze gewoon een instant Put-van-vrouw-Holle effectknop op hun laptop.) Shoegaze die je doet verdrinken in geluid, de suizing van verlangen. Briljant wazige productie ook waar menig black metal spook jaloers op zal zijn. Zacht, ver weg…niet alleen qua intensiteit van het geluid maar ook alsof het te ver uit het verleden klinkt, 19e eeuwse shoegaze. Een puik idee natuurlijk. Met per decreet een cover van de original shoegaze gangsta Syd Barrett.
door OMC




Daarna volgden Murmer en Reckoning, op een gouden Maxell-bandje gezet door klasgenoot Corné. Deze twee platen vormden onder meer de soundtrack van de Rome-reis in de vijfde klas. ’s Avonds op de Spaanse Trappen zag ik vanuit mijn ooghoeken hoe de binken uit onze klas Amaretto in de begonia’s kotsten en hoe onze vrouwelijke klasgenoten belaagd werden door Italianen met zonnebrillen in hun haar. Zelf wist ik inmiddels hoe een Rickenbacker eruit zag en herkende ik de Laocoön-groep in het Vaticaans museum als iets waar Stipe over zong in Laughing, het derde liedje op Murmer.
Elke plaat een herinnering. Dead letter office, en met name de liedjes van Chronic Town, spookte onafgebroken in mijn hoofd tijdens de Gota, het sportuitwisselingsevenement voor gymnasiasten. Document ben ik kwijt, die periode is waarschijnlijk overschaduwd door The Pixies. Green was mijn eerste festival, Torhout, net voor de examenweek. Out of time, de eerste plaat die eigenlijk best wel vervelend was, kwam uit tijdens mijn eerste liefdesverdriet. In dezelfde maand was ik bij de Bullet studio (zie foto, tweede van rechts) alwaar de band een 2 meter sessie opnam en stond ik voor het podium toen Stipe Losing my religion playbackte bij Countdown. En daarna was ik opeens volwassen, begon ik mijn eerste bandje (met studievriend Léon, eerste van rechts) en namen Uncle Tupelo en Whiskeytown de rol van R.E.M. over. Ik heb de band nog tot New adventures in hi-fi een beetje gevolgd, plichtmatig.
En de liedjes? Sja, het gaat om muziek he, dus kan ik moeilijk bewijzen dat Man-sized wreath, Supernatural superserious en de overige negen tracks nogal fletse deuntjes zijn die het R.E.M-canon “in geen 100.000 jaar” (om een Nederlands filosoof te citeren) gaan halen. Misschien is het perfecte tussenuur-muziek voor tieners van nu, die op hun beurt Don Gehman’s geweldige sixties-met-vooral-veel-mid-en-galm-productie van Life’s rich pageant maar oubakken zouden vinden (al vermoed ik dat die tieners van vandaag heel andere muziek aan hun hoofd hebben). Criticasters zullen natuurlijk zeggen dat Accelerate vintage R.E.M. is, even flets als altijd. Maar laten we het positief houden - het is tenslotte lente - en concluderen dat ik misschien gewoon te gelukkig ben. Dat ik Accelerate wellicht omarmd had als ik geen leuke baan, geen leuk huis, en geen leuke vriendin had. Of misschien zijn mijn helden van weleer wel gewoon heel gelukkig. Maar wat ik zeker weet is dat R.E.M. allang niet meer schrijft aan de soundtrack van mijn leven. Dan kunnen ze het vandaag de dag nog zo goed verzinnen, die nieuwe liedjes zijn voor mij niet belangrijk meer. Wat kan een fan toch hard zijn.