Het forum werkt gewoon. Maar vooral de old skoolerz onder ons moeten even hun bookmarks controleren en bijwerken want blijkbaar werkt de oude url niet meer. Ondertussen is ILX gewoon operationeel.
« januari 2008 | Hoofdmenu | maart 2008 »
Het forum werkt gewoon. Maar vooral de old skoolerz onder ons moeten even hun bookmarks controleren en bijwerken want blijkbaar werkt de oude url niet meer. Ondertussen is ILX gewoon operationeel.
Geplaatst om 20:18 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Dangerous Days de ongewoon lange documentaire (214 minuten lang om precies te zijn) die bijgevoegd is bij zowel de eenvoudige dubbel uitgave als de extravagante 5-DVD set van Blade Runner: The Final Cut is eigenlijk de grote klap waardoor je gedwongen wordt te stellen "en nu is het verhaal uit. Alles is gezien." Einde analyse, einde vragen, einde mysterie ook. Wie nu nog nieuwsgierig is moet in specialistische details duiken en zelfs daar biedt de 5-DVD set genoeg antwoorden, want veel materiaal voor Dangerous Days werkt door in thematische mini-specials over de geschiedenis van de verschillende versies van de film, over het verschil tussen boek en film, over de filmposter, de "is Deckard man of replicant?" discussie, de kleding en design. Soms krijg je precies wat je wenst. En Blade Runner is hoogstwaarschijnlijk een van de weinige films waar ik dit allemaal van zou willen weten.
Waarom is dat? Waarom deze film die ik waarschijnlijk ergens in 1986 op gehuurde VHS voor het eerst zag? Omdat het allereerst natuurlijk een onwaarschijnlijk krachtige toekomstvisie presenteerde. De eerste blik op nachtelijk Los Angeles van de 21ste eeuw kan niet anders dan indruk maken. Geen wonder dat de openingsscène uit een eerdere versie van het script, waarin Deckard op het platteland een replicant opwacht en vermoordt, plaats moest maken voor deze opening. Een blik in de toekomst waarvan je direct weet dat hij geloofwaardig is en waarin je wordt meegetrokken. Want ook al regent het continu in Los Angeles, lopen er veel ongure types rond (ook onder de autoriteiten) zou ik dit nooit, zoals zo vaak wordt gedaan, een dystopie noemen. Ik heb er altijd willen leven. Het ziet eruit als een spannende, vrije wereld...erotisch, technologisch en melancholisch.
Blade Runner is niet zonder zijn voorlopers, met name Metropolis (1927) en Alphaville (1965), maar geen film kan de schaduw die Blade Runner de toekomst in werpt evenaren, een schaduw zo lang dat we er niet uitgeraken en waarschijnlijk zal dat met het medium film niet meer lukken. Want Blade Runner is samen met Stalker en Sans Soleil (maar dan vele male invloedrijker dan die twee) een eindpunt van de eerste fase van cinema. Sans Souleil kondigt een jaar later het digitale aan en is er al door geïnfecteerd. Niet dat er heroïsche pogingen zijn gedaan: Ghost In The Shell en 2046 zijn de films die het verst geraken maar uiteindelijk niet kunnen ontsnappen aan de zwaartekracht van Blade Runner (over "onzichtbare revoluties" als Tetsuo, Noiseman Sound Insect en Avalon kunnen we op dit moment nog lastig een oordeel geven.) Blade Runner is achteraf gezien op een gunstig moment gemaakt, op de golf van special effects vernieuwing die Star Wars en Close Encounters Of The Third Kind veroorzaakten en met het gebruik van bronmateriaal een eerste confrontatie aanging met de radicale sciencefiction van de jaren zestig en zeventig (zoals nu blijkt even veel het product van Philip K. Dicks roman als het werk van de Franse striptekenaar Moebius.) Misschien dat digitale effecten door de jaren heen zo goed zullen worden dat ze kunnen concurreren met het tastbare van de Blade Runner sets, dan nog moet er een regisseur opstaan die zo'n complete wereld bedenkt als het Los Angeles van Ridley Scott (met hulp van een heuse "visueel futurist", Syd Mead.) En laten we niet vergeten dat Blade Runner dankzij de soundtrack van Vangelis in principe het tijdperk van techno inluidt (vreemd genoeg is de soundtrack een bijna vergeten onderwerp van de DVD-collectie.) De film is soms te dwingend, te invloedrijk.
Ten tweede. Het is een film waar de afgelopen 25 jaar geen einde aan kwam. Het is de film-als-remix. In Dangerous Days spreken alle betrokkenen opeens opvallend aardig over elkaar maar met name Scott lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Want ook al werd hij niet zoals minder gelukkige regisseurs van zijn eigen film ontslagen, hij werd dankzij een contractuele slimmigheid wel gedwongen om bepaalde veranderingen door te voeren die de film tien jaar lang een gemankeerd bestaan gaven. De Blade Runner liefhebber kan ze opdreunen: de geforceerde voice-over die werd toegevoegd en vooral het happy end dat compleet breekt met de voorgaande twee uur.
In 1992 zag ik de Director's Cut (waar Ridley Scott los van een suggestie voor drie essentiële veranderingen niets mee te maken had) in de bioscoop en werd geconfronteerd met een andere film. Het einde was altijd al stompzinnig maar ik kon me de film toen nog niet voorstellen zonder voice-over. Eenmaal gezien wilde ik dat banale gezeur nooit meer horen ("I'm Deckard. Blade Runner." Nee, echt?) Een paar jaar later vond ik in de videotheek waar ik werkte een oude VHS-tape en kon die versie van ellende niet meer uitzitten. De derde verandering was cruciaal voor het ontstaan van een vraag die een dispuut veroorzaakte dat tot vandaag nog doordreint, maar waar ik bij de eerste versie nooit op was gekomen: is Deckard een replicant? Scott gaf aan dat een verbetering moest worden ingevoegd die opeens wel heel erg richting deze interpretatie neigde (de geïmplanteerde dagdroom over een eenhoorn.) De Deckard-is-een-mens adepten hebben zich door de jaren in bochten gewrongen om de eenhoorn in diskrediet te brengen ("het is een typische vrouwendroom!"), maar nu in The Final Cut het originele beeldmateriaal uit 1982 is ingepast wordt in ieder geval duidelijk dat Scott destijds al de droom wilde gebruiken (en deze dus niet achteraf is verzonnen met materiaal uit zijn latere film Legend.) Persoonlijk vind ik dat de film op, intrigerende wijze, beide interpretaties mogelijk blijft maken. Deckard heeft voor mij, in zijn hele nukkige doen en laten, altijd als mens gevoeld, maar de aanwijzingen in de film wijzen haast onmiskenbaar richting replicant. De droom zeker, maar hoe vaker je de film ziet hoe meer de insinuaties van Gaff (een grootste rol van Edward James Olmos), "you've done a man's job, sir", opvallen en vooral dat ook Deckard de sinistere spiegeling in zijn ogen heeft die karakteristiek is voor replicanten.
Die discussie over een onbesliste vraag zorgt vanzelfsprekend voor een voortdurende cultstatus en de remixen hebben daar een cruciale rol in gespeeld. Maar de versies voelen vooral als verschillende films, films uit totaal verschillende culturen. De eerste bioscoopversie uit 1982 is Hollywood met zijn uitbundige film noir verwijzingen en voice-over die de kijker bij de hand neemt. Pas als je de trailers uit die tijd ziet kan je opeens Blade Runner als product van zijn tijd zien, krijgt het iets knulligs, de korrel van de beelden passen in de VHS-esthetiek. De Director's Cut is zonder meer een Europese film, minder bang voor de intelligentie van de kijker, opener maar, eerlijk is eerlijk, lastiger te volgen, want zo opulent zijn de beelden dat ik vaak zo verzonken raakte in de wereld dat plotwendingen totaal aan mij voorbij gingen (hoe Deckard bijvoorbeeld aan de slangenschub komt.) Niets echter wat een paar keer kijken oplost (en anders zijn er de audiocommentaren die ongetwijfeld alles uitspellen.) Met The Final Cut komt er een Aziatische laag naar de oppervlakte. Die laag was er natuurlijk altijd al, een van de redenen waarom Blade Runner zo op handen wordt gedragen is de manier waarop het de oriëntalisering van het Westen tastbaar maakte. Maar nu de film is opgeschoond, alle details zichtbaar zijn en, ik kan het niet genoeg benadrukken, de kleuren op onvoorstelbare wijze schijnen, lijkt de film te baden in een smaragden gloed die Aziatisch is.
Er zijn denk ik weinig beelden toegevoegd (een shot van danseressen met ijshockeymaskers waar David Toop ooit over sprak in Ocean of Sound en een foto van Deckard met zijn vrouw) Scott is niet geïnteresseerd in nog een radicale herbewerking. De kracht van The Final Cut zit vooral in de kwaliteit van het beeld en geluid zelf, ik moet toegeven dat de drie grootste technische blunders die nu zijn rechtgezet (de zichtbare touwtjes waarmee de spinners worden opgetild, het hopeloos asynchroon lopen van woorden en mond in een ondervragingsscène en de stuntvrouw-met-verkeerde-pruik die door glas valt) me nog nooit waren opgevallen. Vorig jaar werd ik daarentegen redelijk uit het veld geslagen toen ik een inferieure transfer van Blade Runner op DVD zag en de vlammen die de stad oplichten er voor het eerst nep uitzagen. In The Final Cut zijn ze weer ouderwets "echt", want dat moet Blade Runner allereerst doen, ook al heb je de making-of gezien en weet je dat de stad een maquette met heel veel rook is, je moet er vanaf het eerste moment in verdrinken. Dan is het de complete anti-Godard film, cinema als onderdompeling...hallucinatie...verdwijning.
door OMC
Geplaatst om 16:46 in Cinema | Permanente link | Reacties (16) | TrackBack (0)
Extreme muziek, lawaai waar de gemiddelde black metalfan nog wit(er) van wegtrekt, het is een enorme scene waar eigenlijk Masami Akita's Merzbow nog het meest bekend is. Met een discografie van hem alleen die met een modaal salaris al niet bij te benen is, is er echter veel meer. Hier aandacht voor vier recente uitgaves die hele verschillende uitingen binnen een ogenschijnlijk gelimiteerd genre zijn. Een toegewijde scene is al vele jaren bezig een kleine groep liefhebbers te bestoken met (ge)welddadige soundscapes, live en op cd(r), cassette en vinyl, meestal in gelimiteerde oplages. Zo is er de Noor Lasse Marhaug die al een tijdje een speler is in de voorhoede van alles wat lawaaiig is. Een enorme output van soloreleases en samenwerkingsverbanden met uiteenlopende muzikanten uit de noisescene maar ook black metal muzikanten en zelfs een kerkorganist.
Quality Control is een soloplaat maar de man maakt herrie voor tien. De vijf stukken gunnen de luisteraar geen rust en de constante aanval op je oren is binnen het al extreme genre zeker een van de meest heftige. In de chaos van vervormde en overstuurde geluiden ontwaar je nog net snaarinstrumenten en draaitafels, wat toch niet echt houvast biedt. Echt een plaat waar je voor in de stemming moet zijn.
De eveneens Noorse Sten Ove Toft, geen onbekende van Marhaug, die ook bij deze cd betrokken is, pakt het stuk afwisselender aan op Lit De Parade. Zo duister als het hoesje al suggereert probeert hij de rottingsprocessen achter een opgebaarde staatsman gestalte te geven in een klankschap dat van piepklein bijna ultrasoon geknisper tot korte uitbarstingen van echte noise. De vrij korte muzikale events hebben een minder onrustig effect dan bij Marhaug, vooral omdat er meer dynamiek is. Heel klein en heel groot wisselen elkaar af op een soort narratieve wijze. Op een recent verschenen live plaat van Hijokaidan (Polar Nights) verschijnt Toft met Junko, zanger van de Japanse noise grootmeesters. Dat roemruchte Hijokaidan is een band waar een echte O.G. van de noise bij betrokken is, te weten Toshiji Mikawa. "Noise om de noise", geen diepere gedachte of het het moet modderworstelen zijn. Zijn solo-plaat Gyo-Kai Elegy is subtieler dan Marhaug maar net zo'n aanslag op het gestel. Hij mag dan de helft zijn van Incapacitants (hoewel hij dat alleen begonnen is) het is geenszins half de kracht. Er is wel iets meer ruimte in het geluid dan bij Incapacitants die een veel massiever en constantere zandstraal bewerkstelligen. Het tempo, zonder direct ritmisch te zijn, ligt een stuk lager waardoor er parodoxaal genoeg meer rust is dan bij Marhaug en Toft. Mikawa combineert zijn gierende noise daarbij met een subtiele onderliggende ambience die zorgt voor een aparte sfeer die ondanks het genadeloze karakter Gyo-Kai Elegy erg luisterbaar en fascinerend maakt.
Pas echt subtiel wordt het bij Épicycle van de in Barcelona woonachtige Portugees Alfredo Costa Monteiro. Ondanks de vervorming, het brongeluid is Monteiro's stem, heeft Épicyle meer het karakter van een hese drone, slechts af en toe uitmondend in meer lawaaiige klanken die op lijken te doemen uit de verte. Onheilszwanger, mysterieus en een weer een volstrekt andere benadering dan de overige drie.
Martijn Busink
Geplaatst om 15:46 in Muziek | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
De muziek van Morton Feldman wordt nog maar weinig vertolkt en is lastig op cd te verkrijgen. Het Ives Ensemble houdt begin februari een Feldman vierdaagse in het Amsterdamse Muziekgebouw. De muziek van Feldman leent zich niet gemakkelijke typeringen als ‘minimalisme’ of ‘avantgarde’ maar kent een geheel eigen logica, die nog altijd even fascinerend en surrealistisch klinkt.
Wie voor het eerst geconfronteerd wordt met de muziek van Morton Feldman, zal zich voor verbazen over de eenvoud ervan. Muziek waar je niet voor hebt hoeven doorleren, muziek die wel meteen een reactie oproept gezien haar laagdrempeligheid en directheid. Kunst voor de gewone man, zo lijkt het wel. Vrijwel alle muziek van Feldman ‘ontwikkelt’ zich via eenzelfde basisprincipe, dat vandaag de dag bij gelijkgestemden elektronische muzikanten als William Basinski is terug te vinden. ‘Ontwikkelt’ staat tussen haakjes omdat het juist een paradoxale manier van ontwikkeling is, namelijk die van stilstand. De tijd verstrijkt, maar eigenlijk gebeurt er niets muzikaals: de muziek ontwikkelt zich niet ‘verder’. Ze blijft zich concentreren rondom een muzikaal basisidee dat aan het begin van een stuk wordt gespeeld en er treden minimale verschuivingen en variaties op. Feldman, een visueel ingestelde man, vergeleek zijn composities met Turkse tapijten, waarbij eenvoudige patronen verbindingen met elkaar aangaan en zo nieuwe vormen oproepen.
Als luisteraar wordt je voor het blok gezet door zijn muziek: wat moet je met zulke onmetelijke, statische muziek? Voor oppervlakkige oren is Feldman niet meer dan een minimalist, muziek volgens een less-is-more principe dat helaas vandaag de dag de standaard lijkt te zijn geworden in met name elektronische muziek en daardoor een decorfunctie te hebben gekregen. De kunst is om Feldman’s werk niet op academische wijze kapot te analyseren, maar gewoon te ondergaan. De rustige, onaardse klanklandschappen van stukken als ‘Coptic Light’ en ‘String Quartet and Orchestra’ bieden een mooie gelegenheid om te verdwalen voor de luisteraar die wil ontsnappen aan aardse hectiek. In het lezenswaardige boek ‘Morton Feldman Says’ zijn een reeks interviews verzameld waarin Feldman zijn radicale werkwijze op amusante wijze toelicht. Muziek moet vooral niet te serieus genomen worden, en een grap op zijn tijd is ook belangrijk. Meer dan eens vertelt Feldman de anekdote over het feit dat volgens leermeester Stefan Wolpe ‘kunst ook voor de man op straat’ bedoeld was. Feldman keek naar buiten en zag zijn vriend en schilder Jackson Pollock over straat lopen. “De gewone man, wie is dat eigenlijk?”, vroeg Feldman zich geamuseerd af.
Het werk van de Amerikaanse componist wordt vaak in één adem genoemd met dat van John Cage, maar in praktijk vertoont het werk van de overigens met elkaar bevriende componisten alleen aan de oppervlakte overeenkomsten. Waar Cage vandaag de dag wordt geassocieerd met stromingen als Fluxus en vermaard is om zijn experimenten met elektronica, is het Feldman die zich alleen met traditionele instrumenten inliet. De muziek van Cage was al snel gedateerd, terwijl de tradionelere aanpak van Feldman er uiteindelijk voor heeft gezorgd dat de muziek minder snel verjaard is.
Helaas wordt de muziek van Feldman weinig live gespeeld en is ook zijn muziek lastig verkrijgbaar op cd. Dat komt waarschijnlijk omdat door de lengte van zijn stukken, die net als die van Basinski vaak de speelduur van een cd ver overschrijden. Gelukkig bracht het Zwitserse Hat Hut label onlangs een aantal opnames opnieuw beschikbaar op cd, waaronder het prachtige ‘For Samual Beckett’, een typerend laat werk van Feldman. Typerend gezien de lengte (43 minuten) en de inhoud: breekbare muziek met een soort onderhuidse spanning die voelbaar is, maar nooit op de voorgrond treedt. Eenzelfde soort spanning die je voelt in surrealistische delen van het werk van een auteur als Murakami. Die kwaliteiten zullen ongetwijfeld aan bod komen tijdens de Feldman Vierdaagse in het Muziekgebouw, waar het Ives Ensemble, dat met Feldman samenwerkte in de jaren ’80, een aantal monumentale stukken van de man zal uitvoeren.
EvR
Morton Feldman Vierdaagse 7 t/m 10 februari, Muziekgebouw Amsterdam
aanbevolen: Morton Feldman Says: Selected Interviews and Lectures 1964-1987 door Chris Villars (Boek)
Geplaatst om 16:01 in Muziek | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)